Maar... Dichterbij?
Vandaag heeft hij totaal geen moeite om op te staan. Zonder enige vorm van vermoeidheid springt hij naast zijn bed. De vogels fluiten, de zon komt net op. Bij het zien van het eerste ochtendlicht fronst hij zijn wenkbrouwen. Niet omdat de langzaam opkomende zon hem verbaast, maar omdat hem iets opvalt. Een erg klein detail. Het is anders dan anders, maar wat er precies anders is, kan hij nog niet omschrijven. Was dit altijd al zo, of was het inderdaad veranderd?
De wekker wijst 5:30 uur, snel stapt hij zijn kleren in om een eindje te kunnen gaan hardlopen. Nog even het brood uit de diepvries, zodat dit ontdooit is zodra hij terug is. Onderweg groet hij de krantenbezorgers, die op deze zaterdagmorgen ook al vroeg in de weer zijn om, voordat alle huisvaders gewekt worden door hun kinderen, de krant bij hen in de bus te gooien.
Op de hoek van de straat houdt hij even in. Stond ze daar nou, met lachend gezicht, naar hem te kijken? Nee, dat zal wel inbeelding zijn. Snel rent hij verder en probeert zijn gedachten kwijt te raken.
De rest van de dag blijft ze in zijn hoofd rondspoken. Ze voelt dichtbij, maar waarom moet hij nu net vandaag zoveel aan haar denken? Voordat hij naar bed gaat kijkt hij toch nog eens goed naar zijn muur. Daar aan de muur hangt een foto van haar, het nog enige bewijs dat ze ooit in de buurt van hem was. Maar... Het lijkt wel of de foto ingezoomt is, dat ze op de foto plots dichterbij lijkt te staan dan anders. Is dat dan het verschil met gisteren? Is ze dan toch dichtbij?