Opstaan, anders ben je te laat terug

Hij miste haar. En dat was exact de reden, waarom hij na drie lieve woorden besloot, ondanks dat ze elkaar net een paar dagen hadden gezien, weer naar haar toe te komen. Hij had maar behoefte aan één ding: in haar armen vallen en even helemaal nergens meer aan denken. Hij besloot haar te verrassen en zei niet precies hoe laat hij aan zou komen. De weg wist hij inmiddels uit zijn hoofd. Hij had hier van de week nog gereden, de andere kant op, na een moeilijk afscheid. En nu was hij er alweer? Bij aankomst werd hij gesnapt. Ze had precies door dat hij aan kwam lopen en stond dus al te wachten. "Maar dan moet je morgen wel vroeg opstaan hè, anders ben je morgen te laat terug!" riep ze uit. Het klonk twijfelachtig, alsof ze liever had dat hij helemaal niet meer vertrok. Hij wilde dat ook liever niet, maar helaas, niet alles was mogelijk. Hij zou morgenochtend gewoon weer op tijd terug moeten zijn zijn, want de mini-vakantie was voorbij.
Naast haar valt hij in slaap. Midden in de nacht wordt hij wakker en draait zich om. Hij ziet dat het alweer drie uur is. Nog drie uur te gaan dus, dan moet hij hier alweer weg, haar verlaten, haar alleen laten. Zuchtend slaat hij zijn armen om haar middel en probeert met zijn ogen de wijzers van de klok terug te duwen. Maar nee, vijf minuten later is het toch echt gewoon vijf over drie.

Tring, de wekker gaat. "Verdomme, nee hè" denkt hij. Hij wil niet opstaan, hij wil nog lang niet wakker worden, hij wil nog niet weg. Zuchtend en steunend staat hij op, terwijl ook zij uit bed stapt en heel lief een broodje voor hem smeert. "Nou schat, ik moet echt weg nu, anders ben ik te laat terug." zegt hij, terwijl hij met tranen in zijn ogen haar aankijkt. Hij slaat zijn armen om haar heen en zo blijven ze zo'n vijf, misschien wel zes minuten staan. Zonder één woord. "Ik hou van je" weet hij nog net uit te brengen en loopt met een betraand gezicht weg. Ze kijkt hem na, tot hij helemaal weg is.

Nog geen vijftien kilometer later zet hij de auto ergens op een parkeerplaats stil. Hij barst in snikken uit en probeert met bevende handen een SMS'je te sturen: "Ik meen het: Ik mis je. Nu al." en verzendt dit naar haar. Hij gooit zijn GSM achter in de auto en rijdt verder. Amper vijf kilometer verder stopt hij weer en stapt uit. Naast de parkeerplaats staat een bankje en hij gaat zitten. "Wat ben ik toch aan het doen?" bedenkt hij zich. Hij voelt zich ontzettend raar. Hij heeft het gevoel haar vreselijk te missen, terwijl hij haar nog geen half uur geleden nog heeft gezien, vast heeft gehouden, een kus heeft kunnen geven.
Hij belt zijn verplichtingen af en zegt dat hij nog een paar dagen vrij neemt. Vervolgens SMS't hij haar met de mededeling dat hij zijn afspraken heeft afgezegd en dat hij heel graag nog even terug komt. "Vind je dat erg?" schrijft hij. Zijn vingers gaan bevend over het toetsenbord, alsof hij zijn eerste dag in een afkick kliniek doormaakt. Hij stopt zijn GSM in het handschoenenkastje van zijn auto, sluit de auto af en loopt een rondje op de plaats waar hij zijn auto geparkeerd heeft. De frisse zomerlucht wappert door zijn haren en giert door zijn longen. Terug bij de auto aangekomen ziet hij een berichtje op zijn telefoon. Dat hij natuurlijk terug mag komen. Er staat niet in dat zij haar ook mist, maar hij hoopt het maar.
Zo snel als ongeveer wettelijk gezien mag rijdt hij terug. Vlak voor hij terug is, stopt hij nog even bij het benzinestation en koopt twee broodjes gezond. Eenmaal een ciabatta, en eenmaal een baguette. Eenmaal met ei, en eenmaal zonder ei.

Teruggekomen legt hij de broodjes op tafel, kijkt haar aan, maar zegt geen woord. Hij slaat, net als ongeveer anderhalf uur geleden, zijn armen om haar heen, maar weet nu dat hij echt alle tijd heeft. En die tijd neemt hij maar al te graag. Zo staan ze daar een minuut of tien, zonder een woord te zeggen. Het enige wat hij geprobeerd heeft te zeggen is dat hij haar nooit meer los wil laten.
Na tien minuten probeert hij met zijn rechterhand een hartje te tekenen op haar rug. Hij weet niet of hij begrepen wordt, maar eigenlijk maakt het hem niet eens zo gek veel uit. Hij is hier, dicht bij haar, en dat is meer dan genoeg, meer dan hij ooit had durven hopen.

"Wat gaan we doen vandaag, schat?" roept hij, na tien minuten niks te hebben gezegd, plots dolgelukkig uit. Lachend roept ze naar hem: "Wat wil je vandaag gaan doen? En tot wanneer blijf je?"

No comments

Post a comment

  
Remember personal info?

/

Comment moderation is enabled on this site. This means that your comment will not be visible on this site until it has been approved by an editor.

 

Notify:
Hide email:

Small print: All html tags except <b> and <i> will be removed from your comment. You can make links by just typing the url or mail-address.
Powered by Pivot. RSS Feed & ATOM Feed